Geen enkele lamp doet wat een kaars doet. Het licht beweegt, het is warm van kleur en het valt van onderaf — precies andersom dan het plafondlicht waar de meeste kamers het van moeten hebben.
Werk met oneven groepjes
Drie of vijf kaarsen naast elkaar ogen natuurlijker dan twee of vier. Varieer daarbij de hoogte: een lange dinerkaars, een gedrongen stompkaars en een waxinelichtje vormen samen een klein landschap.
Verdeel het licht over de ruimte
Zet niet alles op tafel. Een enkele kaars op een dressoir of vensterbank trekt het licht de hoeken in, en juist dat maakt een kamer diep in plaats van vlak.
Kies materiaal dat meedoet
Messing en glas kaatsen de vlam terug en verdubbelen het effect. Keramiek en steen doen het tegenovergestelde: die absorberen en houden het rustig. Combineer beide voor balans.
Steek ze aan voordat het donker is. De overgang van daglicht naar kaarslicht is het mooiste moment van de dag.